Danielle van Schaik

Welkom op mijn site!

Tempo

Tijdens de kinderboekenweek was ik te gast op een paar scholen, om voor te lezen uit Froukje & Felix.‘Wat leest u snel’, zeiden de kinderen na afloop. ‘Ja, hè!’ antwoordde ik trots. Want ik dacht dat ze bedoelden: u leest tenminste wat vlotter dan onze slome juf/meester.
Maar laatst werd ik gevraagd om als proefvoorlezer een stukje tekst in te spreken voor een documentaire. En toen de band werd teruggespoeld hoorde ik het ook: Ik praat niet, ik ratel.
Het acht-uurjournaal zou met mij in een kwartiertje gepiept zijn. Inclusief het weerpraatje van die lijzige Gerrit Hiemstra. Denk je eens in wat een zendtijd het zou schelen als ik ook het nieuws van zes uur zou presenteren, en Den Haag Vandaag!
Zelf heb ik het niet zo in de gaten, dat ik snel praat. Ik kom uit een familie van vlotte babbelaars. Mijn moeder praat in hetzelfde tempo als ik, en ook mijn oma kwekte dat het een lieve lust was. Die produceerde met het grootste gemak zinnen als ‘Dus ik zeg tegen Jannie, ik zeg, nou, vooruit maar, laten we eerst maar eens gaan kijken of mevrouw Riemersma wel zin heeft in een uitje nu met die kouwe wind, want ja, je hebt het natuurlijk zo te pakken en het mens is al zo aan het kwakkelen met haar gezondheid omdat ze zo belachelijk snel uit het ziekenhuis is ontslagen na die operatie aan haar knie.’ Zonder één keer adem te halen.
Dat snelle praten gaat vaak hand in hand met ‘slap geouwehoer’.Logisch, als je een beetje doorbabbelt hou je een hoop spreektijd over. Die kun je dan weer vullen met nieuwe tekst, en waarom zou die altijd van betekenis moeten zijn? Was ik vroeger ziek of zielig, dan lag ik op de bank te luisteren naar de gesprekken tussen mijn moeder en oma, en alles was goed. Oeverloos geleuter heeft op mij een geruststellende uitwerking. Het betekent dat er verder niks aan de hand is. Niets om je zorgen over te maken. Alleen de nieuwe jas van tante Mien en het recept van snijbonenstamppot met magere jus.
Het ratel-gen heb ik doorgegeven aan mijn jongste dochter. Die houdt, sinds ze kan praten, monologen waar geen speld tussen te krijgen is. Ook al luistert er geen hond meer, ze tatert gewoon door. Oma zou trots op haar zijn!
Laatst ontdekte ik een onverwacht voordeel van mijn rappe tong: Mijn echtgenoot zat achter zijn laptop een filmpje te kijken. Het bleek een cursus voor zijn werk. De instructeur op het scherm klonk net als Donald Duck.
‘Wat is er met zijn stem aan de hand?’ vroeg ik in het voorbijgaan.
‘O, niks, ik draai het alleen wat sneller af, scheelt tijd,’ mompelde de cursist terwijl hij ijverig aantekeningen zat te maken.
‘Kun jij dat volgen dan?’ riep ik weer. Het geluid dat uit de laptop kwam klonk meer als de nieuwste film van Alvin en de Chipmunks dan een serieus verhaal.
‘Tuurlijk.’
Kijk. Dat is dan het resultaat van twaalf jaar inhoudsloos gezwets met een snelheid van 400 meter per seconde: Mijn man kan twee keer zo snel luisteren als een ander. Pure tijdswinst. Al heb ik wel mijn twijfels over het niveau van die cursus…