Danielle van Schaik

Welkom op mijn site!

Sterrenchef

Sterrenchef

Als echte Foodie ben ik dol op kookprogramma’s. Mijn favoriete show is ‘Topchef tegen Sterrenchef’, waarin twee teams tegen elkaar strijden in de keuken. Het programma wordt gepresenteerd door twee topkoks, die voor de gelegenheid heel chagrijnig kijken en uiterst streng zijn. De twee teams, ook wel ‘kookbrigades’ genoemd, bestaan elk uit vijf nerveuze, jonge chefs. Ze krijgen 90 minuten de tijd om drie gerechte te bereiden, en het team dat de hapjes het beste klaarmaakt wint.
Makkie, zou je denken. De chefs zijn heus wel wat gewend en draaien hun hand niet om voor een gefrituurde inktvistentakel op een bedje van gekarameliseerde kalfsonzin begeleid door een krokant wafeltje van hotemetotenpuree.
Nee dus. Vanaf de eerste seconde maakt de kookbrigade de ene culinaire fout naar de andere. Volgens de presentatoren dan. Die staan hoofdschuddend en met opgetrokken wenkbrauwen te kijken hoe de deelnemers de bouillon verknoeien, de visfilets verpesten, de mist in gaan met frituren. Als de tijd om is wordt het pas echt spannend. De twee presentatoren zijn namelijk meteen ook de jury. Ze nemen omzichtig een hapje van elk bordje en barsten los met hun kritiek. Te zout, te waterig, niet goed gaar, vreemde smaakcombinatie, en ga zo maar door.

Ik begrijp precies hoe de kookbrigades zich voelen. In ons huis vindt ook elke dag een aflevering van ‘Topchef’ plaats. Alleen bestaat hier de kookbrigade uit drie personen: Me, myself & I. De toegestane tijd in de meeste gevallen slechts een krap half uurtje, waarin er toch een maaltijd moet worden bereid waar veel eisen aan worden gesteld: Geen koolsoorten, geen vis, het gebruik van pittige sauzen is verboden engerechten met gekookte aardappelen al helemaal. Natuurlijk moet alles aantrekkelijk worden gepresenteerd, dient het op de goede temperatuur te worden geserveerd, en ook nog op het juiste tijdstip, want anders missen we misschien een belangrijk televisieprogramma of zijn we nog niet terug van een sportclubje.

Ook hier stijgt de spanning als de toegestane tijd om is: de twee kritische chefs zitten al klaar aan tafel. Hun oordeel is over het algemeen vernietigend. De vegetarische lasagna met een coulis van pomodori-tomaten en romige bechamelsaus ‘ziet eruit als kots’, in de risotto al funghi blijken ‘smerige champignons’ te zitten, en als er ‘nee hè, couscous met kip!’ op tafel verschijnt worden er kokhalsbewegingen en braakgeluiden gemaakt. Slechts een enkele keer knikt het tweetal goedkeurend: Bij een diepvriespizza, poffertjes, of patat met vette knakworst uit blik. Die laatste frituur ik dan eerst even met een tempura-beslagje. Voor een extra ster.