Danielle van Schaik

Welkom op mijn site!

Postzegels

- Schat, waar ligt de rekenmachine?
- Eh… ik geloof op mijn studeerkamer, hoezo?
- Ik moet een brief op de bus doen.
- Waarom heb je daar de rekenmachine bij nodig dan?
- Om uit te rekenen hoeveel postzegels er op moeten.
- Huh? Dan heb je toch een brievenweger nodig?
- Ook, maar de brief is al gewogen.
- Ik snap het niet. Wat is nou precies je probleem?
- Er moet 2,20 euro op de envelop.
- Dus?
- Op de nieuwe postzegels staat geen bedrag meer. Alleen een 1 of een 2.
- Hè? Waarom is dat dan?
- Om het makkelijker te maken voor de klant.
- Maar wat moet je nu dan plakken?
- Dat is nou net het probleem. Volgens het tabelletje van TNT ‘een combinatie van 1 en 2’.
- Gewoon een 1 en een 2? Ongeacht het gewicht?
- Dat lijkt me sterk.
- Hoeveel is dan een 1? Een euro?
- Nee, ik denk de oude 44 cent.
- En de 2? 88 cent?
- Zoiets.
- Dus je moet gaan rekenen.
- Precies.
- Wacht. Je had 2,20 nodig toch? Nou dan doe je gewoon 1 x een 2, dat is 88 cent, en dan eh…
- Kom je nog 1,32 euro tekort.
- Precies. O, dan kun je nog een 2 nemen, dus 2 keer een 2 is 1,76. En 2,20 min 1,76 is eh…
- 44 cent. Dus twee keer een 2 en één keer een 1.
- Bingo. Zie je wel, we hebben geen rekenmachine nodig.
- Er is alleen één probleempje.
- En dat is?
- Ik heb maar één postzegel van 2.
- O god…
- En ik heb ook nog een verjaardagskaart voor mijn tante in Engeland.
- Engeland? Wat voor een combinatie moet daar op?
- 2 keer Europa 1. En ik heb geen Europa zegels.
- Maar dan kunnen we dat toch gewoon met de Nederlandse postzegels plakken? Hoeveel is een Europa 1?
- 77 cent.
- Dus er moet 1,54 op. Welke combi is dat van Nederland 1 en 2?
- Dat mag jij uitrekenen. Wacht, waar ga je heen?
- Naar de studeerkamer, de rekenmachine halen!