Danielle van Schaik

Welkom op mijn site!

Poncho

Het regent. Op straat zie ik een vrouw met een poncho op een fiets. ‘Hé!’ wil ik schreeuwen. ‘Trek dat ding uit! Levensgevaarlijk!’ Maar ik houd me in. Dat ik nou een traumatische ervaring met een poncho heb, wil nog niet zeggen dat je daar andere mensen mee lastig moet vallen.
Hoe ik aan het Post Traumatic Stress Syndrome kom? Dat is een lang verhaal….
In de jaren ’80 van de vorige eeuw was de poncho een hot-item. Iedereen had zo’n ding: een soort mini-tent om onder te schuilen als het regende. Handig voor op de fiets: je hoefde het plastic gewaad alleen maar over je hoofd te trekken. Armen door de gaten, klaar. Daarna zette je de capuchon op. De capuchon, met elastiek langs het gat waar je gezicht eruit stak, zodat hij niet af kon waaien in de winderigeHollandse polders. Op zich handig, zo lang je strak vooruit keek. Want de capuchon was door het elastiek zo stijf geworden dat hij niet meegaf als je je hoofd opzij draaide. Nou was dat in het dagelijks leven niet zo’n probleem. In die jaren was ik een tiener, dus ik keek toch al niet om als ik op de fiets zat. Moest ik een bocht nemen, dan gooide ik lukraak mijn stuur om, er vanuit gaande dat achterop komende automobilisten wel zouden remmen. Hetgeen ze ook altijd deden. Er is nog nooit zo veel naar me getoeterd als in die good old eighties! Maar ik dwaal af…
De poncho. Als ware puber weigerde ik niet alleen mijn hand uit te steken op de fiets, ik peinsde er ook niet over om een poncho aan te trekken. Er was al genoeg aan mij om uitgelachen over te worden en ik was niet van plan om meer aanstoot te geven dan ik al deed. Dit tot grote ergernis van mijn moeder. Die droeg wel een poncho, en dan ook nog in de kleur oranje. U snapt, ik fietste dan ook op gepaste afstand als we samen ergens naar toe moesten op een regenachtige dag. Zo ook op die fatale middag in de herfst...
Mijn moeder stond te wachten bij het kruispunt, in de striemende regen. Ik reed een meter of twintig achter haar. Op het moment dat het licht op groen sprong stapte mijn moeder op haar fiets, keek naar links en rechts, zag alleen de binnenkant van haar capuchon, en dacht: gaan met die banaan. Twee seconde later klonken er piepende remmen, een gil en een oorverdovende klap. Een lijkwagen was door rood gereden (in die tijd mocht een rouwstoet dat nog), de chauffeur moest een noodstop maken voor de plotsklaps overstekende poncho, en de volgwagen knalde daardoor vol bij hem achterop. Het gevolg was een ravage: In de lijkwagen was de kist met de overledene gaan glijden. De boeketten lagen verspreid door de auto. Uit de volgauto strompelden huilende nabestaanden, met pijnlijke nek en knieën. En mijn moeder stond in haar oranje poncho midden op het kruispunt te trillen als een rietje. Het duurde uren voordat ze weer een beetje was bijgekomen. Eenmaal thuis belde ze mijn vader op: ‘Niet schrikken hoor, maar ik heb een ongeluk gehad waarbij een dode te betreuren was.’ Het was de laatste keer dat haar hoofd droog bleef tijdens een regenbui op de fiets. De poncho is bij ons nooit aan een revival begonnen…