Danielle van Schaik

Welkom op mijn site!

De Marsman (winnaar VROUW columnwedstrijd april 2011)

Winnende column in de schrijfwedstrijd van VROUW Magazine (Telegraaf), 1 april 2011

Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus. Maar van welke planeet mijn vent afkomstig is...? Getuige het akkefietje afgelopen zomer in Frankrijk.
Het is zonnig weer in Bretagne, en we hebben een prachtig huis met een heerlijke tuin. Dus we gaan barbecueën. Maar dan in een versimpelde versie: met een klein wegwerpbarbecuetje. Geen gedoe met groezelige kolen en walmende rookwolken, nee, gewoon zo’n ding uit de winkel. Lucifer erin en spiezen erop. Lekker makkelijk. 
Bij de plaatselijke supermarché vinden we al snel wat we zoeken. Het aluminium bakje is precies groot genoeg voor wat worsten en satéetjes. Er zit zelfs een klein flesje spiritus bij. Handig en goedkoop!
Terwijl ik aan het eind van de dag opgetogen de stukjes kipfilet aan de stokjes rijg, steekt manlief buiten op het terras het barbecuetje vast aan. Na een kwartiertje komt dochter 1 de keuken in. ‘Papa krijgt de barbecue niet aan’, meldt ze.
‘Nee schatje, dat lijkt maar zo’, sus ik. ‘Dat duurt altijd even, je moet geduld hebben.’
Het kind sjokt terug naar de tuin. Tien minuten later, ik roer net lekker in de sausjes, staat dochter 2 achter me. ‘Het lukt niet, met het vuur.’ Ongeduldig schuif ik haar aan de kant. ‘Lieverd, het kán niet mislukken met deze barbecue. Zelfs papa kan hiermee het vuur aan krijgen. Hup, de keuken uit.’  Ik loop achter haar aan, blij glimlachend met het bord satéetjes en worstje in mijn handen, een fles rosé onder mijn arm.
Eenmaal buiten vergaat het lachen mij direct.  Manlief zit met een rood hoofd achter het aluminium bakje. Op tafel ligt een leeg doosje met een stapel afgebrande lucifers ernaast. In het barbecuetje is geen vlammetje te bekennen, zelfs geen sliertje rook. De kooltjes liggen een beetje zompig in het bakje. Ze lijken wel nat.   
‘Dat kloteding doet het niet!’ schreeuwt de heer des vakantiehuizes getergd als hij mij en de schaal vlees in het oog krijgt. ‘Hoe kan dat nou?’ roep ik. ‘Zo’n kant en klaar ding kán toch niet mislukken?’
‘Weet ik veel’, schokschoudert hij. ‘En ik heb nog wel extra veel spiritus over de kolen gegooid.’ Hij wijst op het lege plastic flesje dat bij het pakketje zat.
Razendsnel raap ik het flesje van de grond. Eau d’extinction staat er op het etiket.
‘Sukkel!’, schreeuw ik. ‘Dat was geen spiritus, dat was bluswater! Je hebt een halve liter water over die kolen gegooid!’
‘O’, zegt de marsman beteuterd.
‘Inderdaad, eau, het stond er gewoon op’, raas ik verder. ‘Je hebt toch wel iets onthouden van de Franse les vroeger? Je weet toch wel wat water in het Frans is?’De Venus in mij is ver te zoeken. Ik klink meer als de kenau from hell. ‘Moet ik dan alles voorkauwen? Kun je dan helemaal niets alleen?!’ hoor ik mezelf gillen. Ik krijg visioenen van die man van de Cup-a-Soup reclame. Ik snap ineens precies hoe hij zich voelt, die Sjors.
‘Krijgen we al een worstje?’ jengelen twee hongerige meisjes op de achtergrond.
‘Nu Even Niet!’, snauw ik chagrijnig. Ik pak de schaal met vlees en stamp terug naar de keuken. Cup-a-Soup kunnen ze krijgen. Met stokbrood en sausjes. En papa krijgt een Mars.