Danielle van Schaik

Welkom op mijn site!

Mamalou

Als kind wilde ik een tijdje bouwvakker worden. Niet vanwege de werkzaamheden - ik was toen al liever lui dan moe - maar omdat ik dan 's middags mijn boterhammen op kon eten in één van die grappige huisjes die ik soms in de straat zag. Zo'n mini-woonwagentje op wielen, met een deur en raampje.
Uren kon ik fantaseren over hoe ik mijn bouwvakkershuisje zou inrichten, met grappige gordijntjes en een gezellig tafelkleedje. Ik zou koele limonade drinken uit een rood thermosflesje, en mijn boterhammetjes zaten verpakt in een blauw-geruit servetje. Ik had zo'n hutje nog nooit van binnen gezien, maar ik ging er vanuit dat een toiletje in zat. Hoe moesten de bouwvakkers anders plassen in hun pauze? En natuurlijk een klein aanrechtje met kraan. Als mijn bouwvakkersklus erg uitliep zou ik er misschien wel kunnen blijven slapen! De buitenkant van het huisje zou ik versieren met vrolijke geschilderde bloemen. Ik had een schetsboek vol ontwerpen.
Toen ik dit op een middag aan een vriendinnetje vertelde, zei ze: 'O, je bedoelt een schaftkeet.'
Schaftkeet?! Het woord sneed dwars door mijn tere kinderziel. Schaftkeet klonk helemaal niet als het romantische woonwagentje uit mijn fantasie. Schaftkeet klonk als een hok waar dikke bouwvakkers met zwetende, behaarde oksels melk uit het pak dronken en daarna een harde boer lieten. Als je het verhaspelde stond er 'kaftscheet'. Het was voor het eerst dat ik ervoer dat woorden fysiek pijn kunnen doen. Diezelfde middag nog verscheurde ik het schetsboek en haalde mijn logeerkoffertje tevoorschijn om te gaan oefenen als stewardess.
Jaren later kon ik gelukkig toch nog aan de slag met de gordijntjes en het tafelkleed. Weliswaar niet in een wagentje op wielen, maar in een degelijk hoekhuis met echte bedden en een keuken. En als ik het schetsboek toen niet verscheurd zou hebben, zouden de muren nu versierd zijn met vrolijke bloemen.
Vorige week stond er ineens een woonwagentje bij ons in de straat. Precies zo'n zelfde als vroeger. Mijn hart ging open. De deur van het huisje ook. Binnen zaten twee kerels in een hemd aan een klein tafeltje. Eén zat er te roken, de ander had een pak melk aan zijn mond. Hij stak joviaal zijn hand op toen ik voorbij kwam en liet een harde boer. En dertig jaar na dato zag ik het zelf ook: Dit is geen woonwagentje, dit is een schaftkeet.