Danielle van Schaik

Welkom op mijn site!

Lousy Mother

Lousy mother

Na jarenlang mijn bijbaan als versiermoeder met plezier te hebben uitgevoerd (nee, ik flirtte niet met de vaders op het schoolplein maar hing slingers en vlaggetjes op om de school in sinterklaas/kerst/paasstemming te brengen), leek het me tijd voor een volgende uitdaging. Dus toen ik door een wanhopige moeder werd gevraagd om het luizenteam te komen versterken, zei ik in een vlaag van verstandsverbijstering ‘Ja’. Nou vond ik de term luizenmoeder altijd al dubieus, maar ik ben nogal gevoelig voor kreten als ‘we hebben je dringend nodig’ en ‘verantwoordelijke taak’.
En zo gebeurde het dat ik gepromoveerd werd tot lid van het ongediertebestrijdingsteam. Een carrièreswitch die ik - de Trees Smetvrees van Midden-Nederland, opgegroeid in het steriele huis van Juf Netjes – achteraf gezien natuurlijk nooit had moeten ambiëren.
Gisteren was het mijn eerste werkdag in mijn nieuwe functie. Voor de gelegenheid had ik een mooie trui aangetrokken, die met de hippe, wijde col. Een beginnersfout, zou ik al snel merken. En dat was niet de enige misser. Ik bleek een waar luizengroentje. Naïef als ik ben, had ik me het luizenpluizen heel anders voorgesteld. Minder fysiek met name. Ik dacht dat het ging om het oppervlakkig inspecteren van fris gewassen kinderhoofdjes, hier en daar een paardenstaartje aan de kant schuivend of een haarlokje opzij duwend. Aangezien mijn kinderen nog nooit hoofdluis hebben gehad (dit is erom vragen natuurlijk), had ik nog nooit een luis van dichtbij gezien. Maar ik ging er vanuit dat zo’n beestje echt wel op zou vallen, zonder dat ik de haardos daarvoor zou hoeven aan te raken.
Ik werd al snel uit de droom geholpen door mijn doorgewinterde collega’s. Netenkammen werden uitgedeeld, en daarna werd ik letterlijk met mijn neus op de feiten geduwd: Een goede luizenpluizer woelt met haar vingers en kam uitgebreid over de schedels van de schooljeugd. En omdat luizen en neten moeilijk te vinden zijn, moet je daarbij voorovergebogen staan om het goed te kunnen zien. Dat de col van mijn trui daarbij in de nek van alle 250 misschien-wel-besmette-leerlingen zou bungelen was onvermijdelijk. Vanaf de eerste minuut had ik al spijt als haren op mijn hoofd van dit baantje.
Anderhalf uur later was de klus geklaard, had ik overal jeuk en was ik in shock. Naast frisgewassen kinderhoofdjes bleken er namelijk nog veel meer varianten in omloop te zijn. Schilfers, korsten, vette haarslierten, aangekoekte plakkaten gel en jawel, echte levende luizen en neten; alles ging door mijn vingers. Eenmaal thuis gekomen, heb ik mijn handen een half uur laten weken in teiltje gevuld met pure alcohol. Mijn nieuwe trui zit komend jaar in de vriezer. Het alternatief was verbranden, maar daar was hij te duur voor. Het bestrijdingsteam moet helaas op zoek naar een nieuwe medewerker, ik ben mijn ontslagbrief al aan het opstellen. Ze zullen wel denken, daar heb je weer zo’n waardeloze moeder. Zal best, maar één ding is zeker:  liever een lousy mother dan een luizenmoeder!