Danielle van Schaik

Welkom op mijn site!

Greatest Hits (gepubliceerd in 'Altijd Zomer', uitgeverij aquaZZ)

Greatest Hits

Holiday! Celebrate!’ juichte Madonna in de koptelefoon van mijn walkman. Leuk voor haar, maar op onze holiday viel er nog bitter weinig te celebraten. We zaten al uren in de auto, en het was bloedheet. Mijn benen plakten aan de nep-leren bekleding van de stoel. Ik probeerde te verschuiven. Dat was niet zo eenvoudig, aangezien de achterbank vol lag met tijdschriften, boeken, kussens, een opgerold luchtbed, stokken van het windscherm, half opgedronken pakjes Sunkist, resten gesmolten Raiders, verkruimelde wokkels, en die ellendige Kubus die ik nog steeds niet had opgelost.
Buiten trilde de lucht van de hitte. Het leek wel of het asfalt gesmolten was. Een lange rij boten op wielen in een plas met zwarte golfjes.

Club Tropicana, drinks are freeeeee,’ zongen de jongens van Wham nu. Ik sloot mijn ogen. Kon ik maar naar Club Tropicana, net als in de videoclip gisteren in Countdown. Met het vliegtuig naar zo’n flitsend hotel, waar koele cocktails en hete jongens je al stonden op te wachten. In plaats daarvan zat ik met mijn chagrijnige familieleden in een volgepakt ijzeren koekblik, op weg naar een soort stacaravan in één of ander Frans gehucht.

De lucht was donkergrijs, in de verte dreigde een onweersbui. Onder het wolkendek had de drukkende warmte zich opgehoopt als stoom in een snelkookpan. En midden in die snelkookpan stonden wij in de file, in Parijs. Dat laatste was nou net het probleem. We hoorden helemaal niet ín Parijs te zijn, maar op de rondweg eromheen. Drie keer raden wie de schuldige was…

Met een rood hoofd probeerde mijn moeder een wegenkaart om te draaien. Zo’n papieren poster van Michelin, die in het begin leek op een handige reuzenwaaier, maar die je – als hij eenmaal uitgevouwen was – nooit meer in de plooi kreeg. Een druppel zweet rolde langs haar nek in de kraag van haar bloesje.

‘Parijs!’ schreeuwde mijn vader dwars door de Greatest Hits op mijn walkman heen. ‘We zitten goddomme midden in Paríjs op Zwarte Zaterdag! Hoe moeilijk is het om een beetje op te letten?!’ Hij wreef getergd over zijn voorhoof
d.
'Shout!….Shout!….Let it all out
, neuriede ik mee met de jongens van Tears for Fears.
Mijn broertje schopte tegen mijn scheenbeen.
‘Kappen, klojo!’ riep ik, en kneep hard in zijn arm. Hij trok de koptelefoon van mijn hoofd. ‘Nu mag ik luisteren,’ riep hij. ‘Nu komt mijn liedje toch? Koos Buster?’
‘Die staat niet op dit bandje,’ zei ik. Daar was op zich niets aan gelogen, maar toch zette ik Ghostbusters  voor de zekerheid een beetje zachter.
‘Je liegt!’ krijste het vervelende ventje. ‘Ik hoor het heus wel, stom kreng!’ Ik gaf hem een harde duw. Mooi dat dat ettertje mijn walkman niet kreeg; straks kwam mijn favoriete nummer: Push it van Salt-N-Pepa.
Pa fronste geïrriteerd in de achteruitkijkspiegel.
Ik deed alsof ik niks zag  en zette mijn raam een stukje open. Een verse golf uitlaatgassen walmde naar binnen. De Michelin wegenkaart begon woest te klapperen.
‘Raam dicht!’ gilde mijn moeder, met haar vinger angstvallig op één van de vele rode lijnen gedrukt. ‘Zo gaat het tochten! En houd op met ruzie maken!’

‘Zij begon, hoor,’ riep mijn broer.
Nijdig draaide ik het raampje weer omhoog. Queen begon te zingen. Een beetje bibberig, want op die plek zat een kreukel in het tapeje. Who Wants to Live forever? Nou, hopelijk niet mijn suffe broertje. Moest je hem nou zien zitten met zijn schijnheilige smoelwerk. Een beetje te lezen in zijn stomme bieb-boekje over de Dukes of Hazzard in zijn Miami Vice T-shirt. Don Johnson junior keek op. Hij stak zijn tong uit en lachte naar me met een valse grijns. Ik stak stiekem mijn middelvinger op.
‘Ooooh, mam, kijk!’ gilde hij, en wees naar mijn hand. Ik keek snel weer naar buiten en draaide aan de volumeknop. I’m still standing, schreeuwde Elton John uitgelaten. Ja, wij stonden ook nog steeds, in die ellendige file.

Mijn vader trok de wegenkaart uit ma d’r handen. Die snoof verontwaardigd. Achter ons begon een auto te toeteren. De file was twee meter opgeschoven. Pa trok met piepende banden op, om vervolgens weer bovenop de rem te gaan staan. Mijn broertje klapte met zijn hoofd tegen de voorstoel. ‘Auw!’ jammerde hij. Net goed. Nu was het mijn beurt om te lachen.

Under pressure
, klonk het uit de Walkman. In de verte schoot een bliksemflits door de lucht. Pa probeerde de kaart nu op te vouwen. Grote flappen papier werden met driftige gebaren over elkaar heen geschoven. Er klonk een scheurend geluid, daarna gevloek.
‘Zijn we er al bijna?’ hoorde ik naast me.

‘Nee!’ brieste mijn vader. ‘Nog zevenhonderd kilometer, en hou op met dat gezeur.’

‘Wanneer gaan wij eigenlijk eens naar Club Tropicana?’ merkte ik op. ‘Altijd maar dat suffe Frankrijk! En trouwens, ik moet plassen.’

‘Dat komt omdat jij een zeikerd bent,’ jende mijn broertje. Ik besloot hem nog maar eens een harde duw te geven. Hij begon te krijsen.

Het was ergens op dat moment dat pa zich omdraaide. ‘Greatest Hits’ sloeg net zo goed op mijn vader als op het cassettebandje: De man kon behoorlijk hard meppen als hij kwaad was. Dit keer gaf hij zo’n harde zwieper met de verfrommelde Michelinkaart dat hij ons allebei tegelijk raakte.

Buiten knetterde de donder. Een verkoelende bries waaide door het raam naar binnen. De file zette zich eindelijk in beweging. Het werd stil in de auto.
Alleen Mr Mister tetterde in mijn koptelefoon. Kyrie elyson down the road that I must travel.
Ach… Zomervakantie in the eighties. Wie heeft daar nou geen goede herinneringen aan?